Cursus Marifonie

Proefexamen

Proefexamen 1

Op het examen heeft u 60 minuten de tijd om 30 meerkeuze vragen te beantwoorden.

Heeft u alle vragen goed dan scoort u 50 punten. Om te slagen moet u minimaal 35 punten behalen.

Uw score voor dit proefexamen

Zodra u in het onderstaande proefexamen op een antwoord klikt, kleurt de achtergrond groen indien u het juiste antwoord gaf. Indien u een vraag onjuist beantwoordt, wordt de achtergrond rood en verschijnt het juiste antwoord in groen.

Nadat u alle vragen heeft beantwoord, klikt u rechts onderaan op 'Uitslag bekijken'. We raden u aan uw antwoorden niet te corrigeren zodat u achteraf kunt zien of u geslaagd zou zijn.

1 1

Het hoofddoel van een marifoon aan boord van een schip is:

Toelichting op vraag 1

Het grote voordeel van een marifoon is dat, in tegenstelling tot een mobiele telefoon, een groot aantal zenders/ontvangers tegelijkertijd kunnen worden bereikt.

U kunt direct contact krijgen met alle schepen, uitgerust met een marifoon, die zich in de directe omgeving bevinden.

1 2

Het Basiscertificaat Marifonie wordt afgegeven door:

2 3

Waar kan men vinden welke marifoonkanalen aan boord van Nederlandse vaartuigen mogen worden gebruikt? 

Toelichting op vraag 3

In het Handboek voor de binnenvaart staan onder andere de marifoonkanalen van bruggen, sluizen en radarposten in Nederland, België, Rijn en Moezel, Duitsland, Noord-Frankrijk, Luxemburg en Zwitserland.

In de Regeling gebruik van frequentie met meldingsplicht 2015 staan de marifoonkanalen die mogen worden gebruikt. Het accent ligt hier op 'mogen'.

2 4

Het radioverkeer tussen een schip en een verkeersbrug noemt men:

Toelichting op vraag 4

De gesprekken bij nautisch verkeer mogen uitsluitend gaan over de veiligheid en de bewegingen van de scheepvaart, zoals manoeuvreerafspraken.

1 5

Indien het schip Britta contact wil maken met het schip Adria, dient de oproepprocedure als volgt te beginnen:

Toelichting op vraag 5

U begint een marifoongesprek altijd met de naam van het schip, sluis brug of station dat u aanroept. Weet u de naam van het schip dat u aanroept niet, dan kunt u een zo kort mogelijke beschrijving geven.

 Is uw bericht voor alle schepen bedoeld, dan begint u met 'AAN ALLE SCHEPEN'.

1 6

Het ATIS-signaal uitgezonden door een in Nederland geregistreerde marifoon bevat digitale informatie:

Toelichting op vraag 6

Voor de binnenwateren van de Rijnoeverstaten is er een automatisch identificatiesysteem, waarbij er op het moment van zenden op ontvangen automatisch de identificatie van het schip wordt uitgezonden. Atis is er om een betere controle te kunnen uitoefenen. Het is een stukje elektronica in de vorm van een chip, die door de leverancier of door u zelf met de juiste roepnaam kan worden geprogrammeerd.

1 7

Het gebruik van een scrambler, gekoppeld aan een VHF, is onder andere toegestaan op:

Toelichting op vraag 7

Met een scrambler wordt spraak langs elektronische weg versleuteld.

Beroepsvissers gebruiken scramblers om posities waar veel vis wordt gevangen aan collega's door te geven. De concurrent hoeft dit niet te weten.

3 8

Het noodsein mag uitsluitend worden uitgezonden op last van:

Toelichting op vraag 8

Het noodsein is MAYDAY. Dit mag alleen gebruikt worden als een schip wordt bedreigd door een ernstig en ogenblikkelijk gevaar en onmiddellijk hulp nodig heeft.

1 9

De lokale tijd in Nederland komt in de winter overeen met:

Toelichting op vraag 9

UTC (Universal co-ordinated time) is gebaseerd op atoom tijd die twee keer per jaar wordt bijgesteld, zodat het verschil met GMT (Greenwich Mean Time) niet groter is dan 0,7 seconde.

In de winter is het in Nederland UTC + 1 uur en in de zomer UTC + 2 uur.

3 10

De inhoud van het noodbericht moet als volgt worden opgesteld:

Toelichting op vraag 10

Deze vraag wordt vaak op het examen gesteld. Dit om te testen of u in geval van nood de volgorde van het noodbericht van buiten kent.

2 11

AIS betekent:

Toelichting op vraag 11

Met dit systeem is het mogelijk om andere schepen te identificeren en om het voortbewegen van schepen te bekijken.

Een AIS-zender op een schip zendt met regelmatige tussenpozen de positie, koers, snelheid en MMSI uit. Deze gegevens worden ontvangen door schepen, die zijn uitgerust met een speciale ontvanger en kunnen de gegevens automatisch laten plotten op een beeld- of radarscherm.

Voor het gebruik van AIS-apparatuur kan in Nederland volstaan worden met het Basiscertificaat Marifonie.

2 12

Men wil een sociaal gesprek voeren met een opvarende van een ander schip.

Dit is onder andere toegestaan op:

Toelichting op vraag 12

De VHF-kanalen 72 en 77 zijn in Nederland toegewezen voor sociaal verkeer. Dit zijn privégesprekken.

Kanaal 72 kan ook gebruikt worden voor bergings- en sleepactiviteiten.

1 13

Voor intership radioverkeer op de binnenwateren zijn de volgende VHF-kanalen aangewezen:

Toelichting op vraag 13

Vaart u op zee dan kunt u met andere schepen nautische informatie uitwisselen op kanaal 06 of kanaal 08.
Kanaal 06 heeft de voorkeur.

Kanaal 72 is voor sociaal verkeer en ook voor bergings- en sleepactiviteiten.
Kanaal 77 is alleen voor sociaal verkeer.
Privé gesprekken vallen onder sociaal verkeer.

Kanaal 10 is voor nautisch verkeer tussen schepen onderling op de binnenwateren.
Kanaal 13 is het uitwijkkanaal.

2 14

Een regelmatig gebruikte term voor 'afvaart' op de rivieren is: 

Toelichting op vraag 14

Afvaart betekent met de stroom mee. Op een rivier is dit vanaf de bron (berg) naar de zee (dal).

In de scheepvaart wordt dit daarom 'dalvaart' of 'te daal' genoemd.

2 15

De aanduiding TX in het display van een marifoon geeft aan dat:

Toelichting op vraag 15

 TX komt van het Engelse woord Transmission, oftewel 'uitzenden'.

1 16

Mag op de binnenwateren het noodsein worden uitgezonden bij ‘man over boord’?

Toelichting op vraag 16

Ook op de binnenwateren mag u gebruik maken van het noodsein MAYDAY als er iemand over boord gevallen is en er dringende hulp nodig is.

Gebeurt dit bijvoorbeeld op de Waal, dan doet u dit op het kanaal dat iedereen in de buurt uitluistert. Meestal op kanaal 10. Vaart u in een blokgebied dan kiest u het blokkanaal. Nadert u een sluis dan doet u de noodoproep via het kanaal van de sluis (kanaal 18, 20 of 22).

1 17

De marifoon heeft als voordeel ten opzichte van een mobiele telefoon dat:

Toelichting op vraag 17

Als u op ruime water de noodoproep en het noodbericht uitzendt, wordt u o.a. door de Kustwacht gepeild.

De Kustwacht weet dan waar u bent, maar kan niet zien om wat voor een schip het gaat.

Ondanks deze peiling is het noodzakelijk om uw positie op te geven.

Dit verhoogt de kans om door schepen in de buurt geholpen te worden.

1 18

Om de ontvangst van eventueel noodverkeer te bevorderen mag een uitzending op VHF-kanaal 16 nooit langer duren dan:

Toelichting op vraag 18

Een testuitzending mag niet langer dan 10 seconden duren.

Een uitzending op kanaal 16 mag nooit langer dan 1 minuut duren.

3 19

Men hoort via VHF-kanaal 16:

MAYDAY RELAY MAYDAY RELAY MAYDAY RELAY
ALL STATIONS ALL STATIONS ALL STATIONS
THIS IS
ORION ORION ORION
SIERRA VICTOR ZULU FOXTROT

Dit betekent:

Toelichting op vraag 19

SVZF is de roepnaam van een Zweeds schip, dat een noodoproep ten behoeve van een ander schip heruitzendt.
Dit heruitzenden begint met MAYDAY RELAY.

Met 'mobiel station' wordt een ander schip bedoeld.

3 20

Na ontvangst van een noodbericht via VHF-kanaal 16, buiten het bereik van een kustwachtstation, moet men:

Toelichting op vraag 20

Binnen het bereik van de Kustwacht (ongeveer 30 zeemijl vanaf de kust) zal de Kustwacht reçu geven.

Buiten het bereik van de Kustwacht moet u wel reçu geven.

2 21

VHF-kanaal 67 wordt door de Nederlandse Kustwacht gebruikt:

Toelichting op vraag 21

Langs de kust staan SAR (Search And Rescue) eenheden klaar.

De SAR - acties in Nederland worden gecoördineerd door het Kustwacht Centrum in Den Helder.

Kanaal 67 wordt gebruikt bij de coördinatie van SAR – operaties.

Deze SAR - acties vinden plaats in de Nederlandse Exclusieve Economische Zone (EEZ). Dit gebied is anderhalf keer groter dan het landoppervlak van Nederland.

Omdat de Noordzee vol staat met booreilanden en deel uitmaakt van de drukste scheepvaartroutes ter wereld, moeten er regelmatig reddingacties worden uitgevoerd.

3 22

Het reçu op een noodbericht dient als volgt te worden uitgesproken:

Toelichting op vraag 22

Een reçu mag pas na het noodbericht, indien het noodgeval zich buiten het bereik van de Kustwacht bevindt.

Het reçu begint met 1x MAYDAY en daarna met de naam van het schip in nood.

2 23

Het veiligheidssein kondigt aan dat een station:

Toelichting op vraag 23

Het veiligheidssein is ‘SÉCURITÉ’ en komt ook uit het Frans.
De uitspraak is verengelst: seekuritee.

Veiligheidsberichten worden aan alle schepen gericht om voor een navigatiegevaar te waarschuwen.

Het kan bijvoorbeeld een waarschuwing zijn dat er een gevaarlijk wrak gesignaleerd is.

Melding van een overboord geslagen container.

Waarschuwing voor een losgeslagen boei.

Een melding dat het licht van een belangrijke boei ’s nachts niet werkt.

Veiligheidsberichten worden ook gebruikt voor belangrijke meteorologische waarschuwingen, zoals stormwaarschuwingen en waarschuwingen voor een ijsberg.

3 24

Varende op de Maas vindt aan boord een explosie plaats en er breekt brand uit.

Voor de alarmering dient men gebruik te maken van het:

Toelichting op vraag 24

Het noodsein MAYDAY (3x) moet meestal op kanaal 10. Vaart u in een blokgebied dan kiest u het blokkanaal. Nadert u een brug of sluis dan doet u de noodoproep op  kanaal 18, 20 of 22.

U krijgt dan onmiddellijk reactie en hulp van schepen in de buurt.

1 25

Bij de montage van een VHF-antenne:

Toelichting op vraag 25

Vocht in de antenneconnectors is één van de oorzaken van zendverlies.

Een gedeelte van de zendenergie wordt daardoor teruggekaatst naar de marifoon. Dit heet reflectie.

Bij een meting door de inspectie mag de reflectie niet meer dan 10% van het door de marifoon afgegeven zendvermogen bedragen.

1 26

Twee schepen hebben hun VHF ingesteld op hetzelfde duplex kanaal.
Deze schepen kunnen op volle zee buiten bereik van een walstation met elkaar op dit kanaal:

Toelichting op vraag 26

Duplex kan alleen als er bereik is van een walstation die de verbinding kan doorgeven (relayeren).

1 27

Het testen van een marifoon:

1 28

De AIS-antennes zijn op gelijke hoogte nabij de marifoon antenne(s) geplaatst.

Wat kan hiervan het gevolg zijn?

Toelichting op vraag 28

Als de bovenkant van de marifoonantenne en de bovenkant van de AIS-antenne op gelijke hoogte zijn geplaatst, dan zal bij het zenden van de marifoon de ontvangst van de AIS worden verstoord of geblokkeerd. Dit gebeurt vooral als met de marifoon op high power de spreeksleutel ingedrukt wordt. Dan wordt de ontvangst van de AIS tijdens het zenden weggedrukt.

Om te voorkomen dat tijdens het zenden van de marifoon de ontvangst van de AIS verstoord of geblokkeerd wordt moeten de antennes minimaal één meter uit elkaar staan en de top van de antennes op verschillende hoogtes gemonteerd worden.

1 29

Een accubatterij van 24 volt levert gedurende 10 uur een stroom van 6 ampère.

Hoe groot is de geleverde capaciteit?

Toelichting op vraag 29

Het vermogen van een accu wordt in ampère – uur (Ah) opgegeven.

Deze waarde geeft aan welke stroomsterkte in ampère (A) gedurende een bepaald aantal uren de accu kan leveren.

Een accubatterij van 60 Ah kan gedurende 10 uur een stroom van 6 A leveren.

10 X 6 = 60 Ah.

1 30

De belangrijkste oorzaak van sulfateren van een of meerdere cellen van een loodaccubatterij is:

Toelichting op vraag 30

Als een loodaccubatterij niet tijdig of onvoldoende wordt opgeladen gaan de loodplaten door het zwavelzuur aankoeken(sulfateren). Hierdoor kan de scheikundige werking niet meer volledig plaatsvinden.

Naarmate een loodaccubatterij verder is ontladen zal de soortelijke massa van het elektrolyt afnemen. Bij een te lage voedingsspanning van de marifoon kan het zendvermogen verminderen.